Mensen die mij langer kennen dan vandaag, weten dat ik een zwak heb voor pavlova’s. Een geheide bestseller, zo’n brosse schuimtaart van meringue opgehoogd met smeuïge room en fris fruit. Oogt spectaculair en is toch eenvoudig om te maken. Voor deze koos ik de klassieke smaakcombinatie van banaan, pecannoten en (zoute) karamel. Want juist dat snufje zout maakt het verrassend en juist niet zo zoet als u wellicht zou vrezen. Ik heb hem uitgetest op een buurman die niet van toetjes houdt: hij schepte drie keer op en nam de rest mee naar huis. Ik bedoel maar.
Bodem en saus kunt u rustig de dag van tevoren maken, alleen het opbouwen is echt iets voor op het laatste moment. Voor onervaren pavlovabakkers heb ik nog wat extra tips. Zo lukt eiwit stijfkloppen alleen in een schone, droge, vetvrije kom zonder enig fliebeltje dooier. Voeg om dezelfde reden de suiker nooit meteen al aan het begin toe. Idealiter blijft een pavlova in de oven spierwit als de tutu van naamgeefster Anna Pavlova, maar dat is lastig, want bij een te hoge oventemperatuur wordt hij bruin maar bij een te lage blijft hij zacht en kleverig.
Vandaar dat ik de oven eerst even hoog zet, dan ‘schrikt’ hij tot een lekker knapperig buitenkantje, daarna is het een kwestie van heel zachtjes garen en drogen. Elke oven is verschillend en het is even uitvogelen hoe het bij die van u het beste werkt. Beschaafd beige is ook leuk. En zakt hij in als u hem (afgekoeld!) uit de oven haalt? Geen paniek, de krater vult u gewoon op met slagroom en banaan. Niemand die het ziet. En anders staan er hier nog meer pavlova-EHBO-tips.

Nee, ik ga niet over één nacht ijs. Na vijf pogingen had ik de ideale kan-niet-mislukken-zoutekaramelsaus te pakken. (Niet op de foto: de geheel gekristalliseerde en weggegooide roerversie)
Zelf maken? Mijn recept voor mini-banaanpavlovaatjes met zoute karamel (inderdaad, in mini-uitvoering) is intussen opgenomen in mijn kookboek De vrolijke tafel . Verkrijgbaar in de boekhandel of te bestellen via deze website.